Speciaal in taal

Taalbrug Junior is ‘speciaal in taal’. We werken in het onderwijs en in de ondersteuning met een unieke taalmethodiek die aansluit op de behoefte van de leerlingen om beter te leren communiceren. Een taalmethodiek die uitgaat van de taal van het kind. De verbinding met de andere vakgebieden zorgt ervoor dat taal altijd centraal staat. Wij noemen dat Interactief Wereldoriënterend Taalonderwijs in Samenhang.

Elke leerling heeft een eigen ontwikkelingsperspectief en onderwijsbehoefte. Welbevinden en betrokkenheid zijn, naast doelgerichtheid, kernbegrippen in de organisatie. Voor kinderen en jongeren zijn dit voorwaarden om optimaal aan het onderwijsprogramma deel te kunnen nemen en om steeds zelfstandiger te leren communiceren. Voor personeelsleden worden deze begrippen gezien als uitgangspunt om specifieke kwaliteiten, kennis en competenties te kunnen ontwikkelen die nodig zijn om goed onderwijs te kunnen geven.

Uniek concept

Taalbrug Junior heeft een uniek concept voor taalonderwijs ontwikkeld: Interactief Wereldoriënterend Taal-onderwijs in Samenhang (IWOTS). Deze manier van onderwijs geven bestaat uit de componenten Taal leren in interactie, Betekenisvol leren in samenhang, Reflectie en De taalcyclus.

Taal leren in interactie

Taal leren, is een actief proces. Door kinderen een rol te geven in hun eigen taalleerproces, stimuleren we hun actieve betrokkenheid. Een optimale ontwikkeling ontstaat in gesprekken over onderwerpen uit de directe leefwereld.

Betekenisvol leren in samenhang

Het taalonderwijs kenmerkt zich door betekenisvolle leertaken die hun oorsprong vinden in de gesprekken over ervaringen, interesses en belevingen van de kinderen. Met de teksten die door deze gesprekken ontstaan, verbinden we alle aspecten van mondelinge en schriftelijke taal met elkaar in de taalcyclus. Daarnaast vormen de gesprekken en de teksten de basis voor wereldoriënterend onderwijs, uitgaande van thema’s. Zo bereiken we een goede samenhang tussen de verschillende leergebieden.

Reflectie

Kinderen leren samen met een leerkracht/logopedist, de structuur in taal en taalgedrag te ontdekken. Volgens een stappenplan ontwikkelen ze op die manier strategieën om met de geleerde taal, het eigen taalgedrag beter te leren plannen, sturen en controleren.

De taalcyclus

Leerkracht en logopedist volgen de werkwijzer van de taalcyclus. Een geheel van taalactiviteiten in een vaste volgorde aangeboden. De taal uit het gesprek met de kinderen is de basis om te werken aan alle onderdelen van taalonderwijs.

Missie en visie

Taalbrug Junior biedt onderwijs, begeleiding en ondersteuning in de meest brede zin van het woord aan kinderen en jongeren van 4 tot 12 jaar met een communicatieve en/of auditieve beperking,  slechthorende of dove kinderen en kinderen met een taalontwikkelingsstoornis (TOS).

Passend Onderwijs

Tot 2013 ontvingen ouders en leerlingen in het laatste geval een “rugzak”. Met dit extra budget kon de ondersteuning aan de leerling worden bekostigd.Scholen voor speciaal onderwijs en reguliere scholen gaan daarvoor samenwerken in samenwerkingsverbanden. Voor de scholen in cluster 3 en 4 worden daartoe ondersteuningsplannen gemaakt om in die samenwerking te voorzien.
Voor onze cluster 2 school gelden aparte regelingen.

Daarover leest u meer in het onderdeel over aanmelding en toelating.

De wet Passend Onderwijs is ontstaan om een aantal problemen het hoofd te bieden:

  • we willen, dat leerlingen met een behoefte aan speciaal onderwijs zo vroeg mogelijk en zo snel mogelijk passend onderwijs ontvangen.
  • zo dicht mogelijk bij huis.
  • dat betekent, dat een kind in een school voor passend onderwijs geplaatst wordt of op een reguliere school kan blijven en daar ondersteuning krijgt.

Stichting Vitus Zuid

Stichting Vitus Zuid vormt vanaf 1 augustus 2015 het bevoegd gezag van drie onderwijseenheden voor (voortgezet) speciaal onderwijs cluster 2:

  1. Mgr. Hanssen in Hoensbroek met een nevenvestiging in Roermond.
  2. Taalbrug College in Eindhoven.
  3. Taalbrug Junior in Eindhoven, Venlo en Helmond.

Deze onderwijseenheden samen verzorgen het onderwijs aan ongeveer 900 leerlingen. Daarnaast worden ruim 400 leerlingen ambulant begeleid. De ambulante dienstverlening vindt plaats vanuit de onderwijseenheden die gezamenlijk verantwoordelijk zijn voor de ondersteuning in Zuidoost-Brabant en Limburg aan alle leerlingen cluster 2. Het zijn slechthorende leerlingen, leerlingen met een taalontwikkelingsstoornis en leerlingen met een stoornis in het autisme spectrum die specifiek leidt tot een communicatieve beperking.